FAQ

Wat te doen met lampen die nog nagloeien?

Als je LED-lampen zacht blijven branden nadat ze zijn uitgeschakeld, kan dit te maken hebben met de aansluiting of instelling van de dimmer. Volg de onderstaande stappen:

  1. Controleer de aansluiting van de LED-lampen:
    Zorg ervoor dat de lampen correct zijn aangesloten op de dimmer.

  2. Controleer de dimmerinstellingen:

    • Als je dimmer zowel fase-aansnijding als fase-afsnijding ondersteunt, moet je de juiste methode instellen.

    • De keuze hangt af van de werking van de lamp: is het een fase-aansnijdingslamp of een fase-afsnijdingslamp? Stel de dimmer hierop in.

  3. Gebruik een dimstabilisator indien nodig:

    • Blijven de lampen zacht branden nadat de dimmer correct is ingesteld? Dan kan een dimstabilisator helpen.

    • Deze zorgt ervoor dat de resterende energie die de lampen laat nagloeien wordt verwijderd.

    • Plaats de dimstabilisator tussen de schakeldraad en de nuldraad bij de lamp:

      • Sluit één kant van de dimstabilisator aan op het kroonsteentje van de nuldraad.

      • Sluit de andere kant aan op de grondlast in het kroonsteentje van de schakeldraad.

Tip: Door het gebruik van een dimstabilisator stroomt er geen resterende energie meer door het circuit, waardoor de lampen niet langer zacht blijven nagloeien.